De stoomlogger anno 1956 zoals ik die beleefd heb op de stoomfiets

 

 

    Toen ik  op de stoomlogger(fiets)  ging varen in 1956 was het voor diverse reders in die tijd   moeilijk om aan bemanning

    te komen hetgeen ook kwam door de vele bedrijven die in zowel Vlaardingen als Pernis in opkomst waren.

 

    Maar ook dat er toen nieuwe Visserschepen in de vaart kwamen met voor die tijd moderne faciliteiten, ook wel de

    omgebouwde stoomfietsen hadden iets meer, een messroom, dit kon doordat de stoomketel verwijderd was en de koelkast

    verhoogd werd zodat deze ruimte gecreëerd kon worden.(de ombouw aan dek boven de machine kamer werd de koelkast

    genoemd)

    De latere verbouwde stoomloggers zoals de VL 114 kregen een douche maar het probleem was het water.

 

   In april werden de loggers opgetuigd en opgeknapt geteerd geverfd en het dek gekalefaterd om er zo mooi mogelijk uit te

   zien met vlaggetjes dag het was ook de enige tijd dat deze schepen er zo mooi uitzagen, dit kan ook niet anders want de

   visserij vergde veel van de schepen.

   Maar deze schepen uit die tijd konden het hebben.    

 

    Ik voer dus op een stoomfiets, naast kleding moest ook bedden goed een sloop, kussen en twee dekens meegenomen worden

    en ook beleg zoals jam, stroop en hagelslag ,mok, bord mes, vork en lepel enz.

    Melk, suiker, werd eens in de week door de stuurman uitgedeeld aan de bemanning.

 

                                                                          HET VOORIN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

                                    Deze foto is van de VL 197 en dit voorin ook gelijk aan die van de VL 114

 

 

 

 

   In het voorin waren 12 kooien, aan weerszijde 6  dus 2x 3 onder en 2x 3 bovenkooien languit liggen was er niet bij,

  daar  was de ruimte niet voor, in de kooi waren 1 of twee plankjes waar je spullen in kon leggen zoals wekker enz.

  Er was voor iedereen een kastje voor opslaan van ondergoed eten enz dit waren kleine kastjes.

  Als u de foto boven bekijkt ziet u die kastjes dit waren er vier en bij de ingang naast de trap de rest.

  Het olie goed hing ook naast de trap maar niet in een kast maar aan een plank met haken, zoals u op de foto ziet stond

  er een soort driehoek tafel daar konden aan weerszijde drie man aan zitten om te eten de rest had zijn bordje naast zich

  op de bank, wat als het schip erg slingerde problematisch was om alles bij elkaar te houden.

  Voor deze tafel stond een kolen kachel als u goed naar rechts op de foto kijkt ziet u  pijp van de kachel.

  Er was een houtenvloer in deze vooronders en onder de trap zat een luik onder dat luik lagen tonnen met kolen en wat

  lege tonnen als men deze er uit wilde halen moest de trap weggehaald worden.

  Welnu in deze vooronders stond een kachel, er hing oliegoed wat naar de haring en pekel stonk, er lag brood fruit,

  drank enz en er werd in geleefd geslapen enz kunt u nagaan wat een lucht er in hing, er kwamen dan ook bij vertrek

  heel weinig familieleden in het voorin vanwege de lucht en dus speelde het afscheid zich op de kade af.

  De lengte van zo’n vooronder was ongeveer 4,50 meter deel dat door drieën en heeft u de lengte van de kooien.

  Boven het voorin zat een koekoek(een kap met twee openslaande luikjes)om te ventileren, maar omdat er op

  het voorschip geen bak zat konden deze niet altijd geopend zijn i.v.m het buiswater.

  Tevens hadden we in het voorin karbiet licht omdat voorzover ik weet de lichtkar overdag niet aan stond, nou ja

  lichtkar het apparaat moest nog met een lont en een slinger aan de praatgemaakt worden. 

 

                                                                         De brug

  De schipper sliep op de brug in de radio/kaarten kamer deze logger had alleen een radio en een peiler die peiler ging

  Via een kop telefoon dat was alles.

  In de brug stond een groot stuurwiel deze wekte met kettingen die naar beneden gingen via de kombuis naar het

  achterdek daar ging de ketting aan een stang en daarna weer een ketting naar het roer.

 

                                                                  Het achter in

  Onder het achterschip sliepen de stuurman, kok, machinist en de stoker, in het achterin waren 5 kooien 2 aan weerszijde

  veelal konden de machinist en stuurman hun kooi nog afzonderen met een schuifdeur deze kooien stonden in de lengte

  van het schip en er was een kooi dwars achterin het was dus van oorsprong berekend op 5 man.

 

 

 


  Zie foto hiernaast de brug van de VL 114

  nog heel klein en smal.

 

 

 

 

 

 

 

  Als u de foto hieronder bekijkt dan ziet

  U dat later de brug groter gemaakt is 

 

 

 

 

 

 

 

  Dit komt toen deze loggers gebouwd werden stond er een smalle brug op na de jaren en met de komst van de radio

  zijn deze bruggen vergroot en is er een kooi voor de schipper gemaakt.

  Toen ik dus op de stoomfiets zat werd deze dwars kooi alleen gebruikt voor de scheepsvoorraad spek enz.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


    Ik heb hier met witte lijntjes gemaakt waar u kunt zien waar de verblijven

    waren en dus een groot gedeelte van het sociale leven zich afspeelde

    tijden de reis die veelal enkele weken duurde.

    Op deze foto kunt u ook zien hoe het schip achterover hangt dit komt door

    De machine en ketel maar zeker ook de kolen in de bunkers. 

 

    Op de foto hiernaast heb ik een vergroting gemaakt waarop de koelkast zichtbaar

    Is, zie lang wit dwars streepje de kappen(Koekoeks) twee korte witte stippen

    konden geopend worden voor meer ventilatie.

    De andere streep is de luchtkoker daarvan stonden er twee op de koelkast en

    konden gedraaid worden i.v.m wind en overkomend water, tevens zaten aan deze luchtkokers een deurtje en in de

    koker een katrol met touw hiermee werden de emmers met as op gehesen en over boord gezet(dit noemde men

    assie wippen)dit as was uiteraard van de vuren van de ketel afkomstig.

 

  In mei vertrokken we na vlaggetjes dag naar de visgronden, voor vertrek zaten diverse mannen  pullen bier te drinken

  bij J, van Toor op de haven en werd ik door iemand van kantoor daar naar toe gestuurd om te zeggen dat zij aan boord

  moesten komen.

  Als ik deze mededeling daar gaf aan de mannen werden er diverse kreten geroepen die niet in woorden boeken of het

  Visserslatijn voorkomen, en vlogen er klompen rond.

  Maar uiteindelijk kwamen de mannen en werd er voor en achter losgemaakt en  voer het schip de haven uit.

  In het voorin stonden diverse kratten bier opgestapeld en er was jenever en moutwijn meegenomen.

  De jenever dronk men uit kleine lege mosterdpotjes en gedurende twee dagen werd er stevig gedronken, na die twee dagen

  was de drank op en waren we inmiddels bij de visgronden boven Schotland aan gekomen.

 

  De haring visserij begon in die tijd boven Schotland met de maatjes haring ofwel de groene haring.

  Naar mate de maanden verstreken gingen we steeds zuidelijker de Engelse kust af  en de laatste reis was in het Kanaal

  nabij de Engelse of Franse kust.

 

                                                                                    Het schot te boord 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                    Het uitzetten van de drijfvleet a/b VL 97

 

  Omstreeks vier uur na thee drinken werd de vleet uitgezet de schotse vleet, aan deze netten die twee kilometer

  in zee hingen zaten seizingen(touwen) de een ging naar de reep(een dik touw met de lengte van de vleet)en werd vast

  gebonden de ander naar de schotse blaas en vastgebonden.

 

  De schipper stond op de voorplecht en bediende het voorroer alvorens de netten in zee geworpen werden zette hij zijn

  Pet af en zei “OP HOOP VAN ZEGEN”

  Deze stoomlogger had geen bak(overkapping)op het voorschip het bedienen van het voor roer ging doormiddel van

  Touwen en katrollen welke aan de verschansing bevestigd werden, doormiddel van een lange ijzeren pen kon men

  Dit voorroer vast zetten.  

  Op de foto boven ziet u de vleet en de schotse blaas overboord gaan deze schotse blazen zaten als ik me goed herinnerd

  om de tien meter.

  Aan de reep  zaten met touwtjes om de tien meter merkjes gebonden(deze noemde men de muis) daaraan werd de

  andere seizing gebonden op de halve vleet zat een joon een soort grote dobber waar tussendoor de schepen konden varen.

  Aan het eind van de vleet zat ook een Joon.

 

                                     Reparatie reep                                                  Op foto onder ziet u het joon in het want zitten vn de mast

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


                                                                                                        Als u op de foto boven kijkt ziet u het water tussen het voorroer lopen.

 

  Op de foto boven ziet u dat een matroos de reep uit het reepruim haalt om te repareren vermoedelijk zijn er merkjes(muizen)af

  voor de winch ziet u een breel liggen dit houd in dat er ten tijde van deze foto met de zinkvleet gevist werd deze vleet zat niet

  aan schotse blazen maar aan houten breels, maar als je boven de brug kijkt zie je de kegel met de punt omhoog dat hield in

  dat er met de drijfvleet gevist werd. Voor de kenners in de brug bij het raam staat de bekende Vlaardingse schipper

  Fer van Schoor aan het roer.

 

  Terug op de stoomfiets, bij het uitzetten van de vleet werd na de halve vleet uitgezet te hebben van mannen gewisseld

  het goed uitzetten bij de geesten op de verschansing was wel vermoeiend van daar dat er gewisseld werd.

 

  Nu hadden de mannen een matroos wijs gemaakt dat in zijn uitgeschoten helft van de vleet de meeste haring zat en elke

  keer zeiden ze dat dit zo was.

  Omdat in zijn helft van de vleet elke keer zoveel meer haring zat moest dat maar eens gevierd worden.

  Ze hadden van een stoep een verplaatst baar podium gemaakt(een stoep was een vlonder welke tussen het luikhoofd van

  de nettenruimen geplaatst werd)door de stoep werden stokken geplaatst op de stoep een kistje daar overheen een vlag

  en daarover stukken netten met diverse vissen erin.

  De gelukkige werd met roet vanaf het boven lichaam geheel ingesmeerd de verders werd er op zijn lichaam met tandpasta

  en jam kleuren op zijn lijf aangebracht en werd hij op het podium gezet en doordat daar stokken doorheen zaten kon men

  hem hieraan optillen en rond het schip versjouwen, de rest van de bemanning trommelden op lege karbiet  vaten en uiten

  Indianen kreten en dansten er raar bij.

  De Engelse vissers in de buurt tuurden eerst met verre kijkers en kwamen vlak langs passeren om naar het stelletje

  halve zolen te kijken en als zo’n schip vlak langs voer deden ze nog gekker.

  Na afloop had men de koning van de vis zo bewerkt dat hij de schipper ging wakker maken en vroeg om de leus de

  schipper die aan zijn laatste haring teelt bezig was wist niet wat hij zag toen de man met kachelroet en andere bewerkingen

  hem wakker maakte maar ja wat moest die arme schipper ermee in een tijd dat er geen bemanningen te krijgen waren

  voor deze loggers.  

  Enige dagen erna was er een probleem met de stoomketel er was een meter stuk gegaan en moest gerepareerd worden.

  Hiervoor moesten we naar North  Shields voor reparatie we hebben nog nooit zoveel bekijks gehad want daar lag nu

  die boot met die gekke Hollanders.

  De reepschieter was verliefd geworden in North Shields ondanks dat we er geen dag gelegen hadden en heeft na

  deze reis ontslag genomen en is zou op zoek gaan naar een coaster die op North Shields voer.

  Op zee werd er wel eens gezwommen bij het schip, de reepschieter kon niet zwemmen en wilde ook in zee dit was geen

  probleem er waren zwemvesten aan boord van die ouderwetse met kurken daar omheen zat iets van soort zeil en met

  een band kon je deze om je middel doen.

  Dus werd om de middel van de reepschieter een kurken zwemvest gebonden en kon hij in zee zwemmen met een lijn

  aan het zwemvest, na enige tijd zei hij te kunnen zwemmen en wilde zonder zwemvest, ondanks de bezwaren bemanning

  dat hij niet kon zwemmen en drijven zonder zwemvest wilde hij toch een duik nemen.

  Men besloot toen maar om een touw om zijn middel te doen en een stuk te vieren zodat hij een duik kon nemen.

  Hij sprong van de verschansing af en ging naar beneden na drie keer op en neer gegaan te zijn hebben zij de reepschieter

  maar opgehaald en was hij er inmiddels toch achter gekomen dat hij niet kon zwemmen en drijven zonder zwemvest.

  Doordat de reepschieter die reis ontslag genomen had ben ik reepschieter geworden.

 

 

  Deze anekdote is echt gebeurd.

 

  s’Nachts om 01.00 uur was het halennnnnn geroepen en moest de vleet ingehaald worden.

  De afhouder zat achter de spil en haalde de reep in bij inhalen geleide hij de reep naar het reepruim daarin zat de reep

  schieter die deze reep netjes op moest schieten deed hij dit niet goed dan kon bij het uitzetten van de vleet de reep

  in de klit gaan, dreigde  dit te gebeuren dan riep hij hard ”Hij besnijd”.

  Denk maar eens aan een tuinslang die alle kanten op gaat maar niet zo als u die hebben wil.

  Hierbij kon een gevaarlijke situatie ontstaan namelijk bij het uitzetten voer het schip langzaam achteruit dus de

  reep ging dan met een aardig gangetje kwam je in een lus terecht dan kon er uiteraard van alles met je gebeuren

  hetgeen wel een enkele keer voorkwam. 

  De matrozen haalde de netten in en sloegen door de netten op en neer te slaan om de haringen er uit te slaan

  welke dan in de kribbe en de last op dek terecht kwamen.

 

                                   De netten worden binnen gehaald de witte bak is de kribbe waar de haring in valt

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                       U kunt hier zien dat het nacht is

 

 

   Het inhalen van de vleet duurde al naar gelang er haring in zat toch zeker wel in de ochtend 08.00 uur, bij een grote

   vangst kon het wel een hele dag duren. Als er zeer veel haring in de vleet zat en de last en de kribben zaten vol dan

   kon men enkele ruimen openen alwaar doormiddel van planken ruimte in gemaakt was.

   Als de vangst  zo groot was dat de men de haringen niet meer kwijt kon dan moest er eerst gekaakt worden om ruimte

   te maken ik heb een keer meegemaakt dat de netten overgenomen moesten worden door een andere logger om dat

   er zoveel in zat dan wij hem niet meer binnen konden halen, maar dat gebeurde heel weinig.

  

    Dus na inhalen van de vleet werd er gekaakt maar bij een aardige vangst duurde dat kaken wel een poosje

    We zaten op planken bij de voormast op een rijtje tussen de benen een kaakmand en er voor een mand waar de

    gekaakte haring inging  als deze vol was werd deze geledigd in de warbak en licht gepekeld(de groene haring van

    mei t/m juli  werd licht gepekeld na juli/augustus was de haring niet meer van die kwaliteit om er groene haring van

    te maken)en er werd weer een lege mand geplaatst.

    Op dek liep een matroos met een lange stok met een schepnet eraan en daarmee vulde hij de mand die tussen de benen zat.

    Na de haringen in de warbak behandeld te hebben met pekel werden de haringen netjes in de tonnen(kantjes) gelegen

    maar  de kantjes werden nog niet gedicht.

    Bij dit kaken werd er gezongen om de moed er voor elkaar in te houden en hoe langer het kaken duurde des te

    schuiner de liederen.

 

                                                              Haring kaken dit a/b van de VL 197

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


    In de middag werden de kantjes bijgevuld en dichtgeslagen het houtendeksel ging er op en een stalenband en

    Door op de stalen band te slaan ging het kantje dicht, daarna werd tussen de naad werkgeslagen om lekkage te

    voorkomen(werk was een hennep product een soort uitgeplozen touw).

    Hierop werden de kantjes in de ruimen geladen of overgezet op een andere logger de jager die aan de buurt was

    om naar huis te gaan.       

    Op de vijfde foto boven ziet u de VL 97 welke een andere logger gaat naderen en langszij gaat daarvoor hingen een

    reeks autobanden langs het schip om klappen van het stoten bij het slingeren op te vangen.

    In ons geval dus de stoomlogger ging ook langszij van een jager bij het langszij gaan gingen de loggers aardig te keer

    en in geval je een  andere logger moest helpen wat ook wel eens gebeurde moest je uitkijken met overstappen.

    Dit is nu niet meer denkbaar maar in die tijd heel normaal maar nogmaals deze schepen konden tegen een stootje.

 

    Nu lijkt dit werk wel aardig maar in juli september  was het toch ook niet altijd zo prettig dan is het de tijd dat er

    veel kwallen in zee zijn en dus ook in de netten en aan de reep.

    Bij het in halen van de vleet met het uitslaan van de haring  vlogen overal de kwallen slierten in het rond alles van

    het lichaam  wat niet bedekt was kwam er mee in aanraking met het gevolg dat je huid rauw was van de jeuk, de

    matrozen aan dek hadden grote plastic kappen/brillen op maar dit hielp niet helemaal.   

    De afhouder voelde zijn handen bij het inhalen van de reep met al die kwallen draden aan de reep, en de reep

    schieter kreeg dus al die draden van boven af naar beneden, al met al de kwallen tijd was geen beste tijd om te

    werken.

 

   Hoe meer zuidelijker we visten veranderde de haring als ik het me goed voor haal was van september/oktober

   de tijd  dat de haringen kuit schoten, de haringen die in die tijd gevangen werden zaten vol hom en kuit.

   Op het dek leek het dan wel of er een tankauto een lading griesmeel pap gestort had door de vermenging

   van de hom en kuit op het dek.

   Het was dan spekkie glad op het dek wat toen voor ons jongere niet zo uitmaakte maar de oudere wel.

 

   Na deze tijd werd er haring gevangen waarvan de buik scheermesjes leken, bij het kaken had je dan vier

   manden voor je staan voor de grote en kleine haringen en de iele en volle haring.

   De haring in die periode werden flink gezouten en werden ge exporteert naar het buitenland.

 

   Dan was er ook de periode dat er zeer veel hors makreel en pelchers gevangen werden deze konden we niet

   meenemen  en werden over boord geschept, deze loggers hadden immers geen vriezers of koelkasten.

  

    Na de drijfvleet gingen we met de zinkvleet vissen de netten zaten dan onder de reep aan de netten zaten ook

    stukjes lood en in plaats van de schotse blazen werd er aan de reep breels gebonden.(deze lijken op een puntig

    houten tonnetje)

    In december visten we in het Kanaal maar de tijd dat ik die visserij meegemaakt heb lagen we  in 1956/1957

    meer in Dieppe in Frankrijk dan dat we visten.

    Het was dan te gevaarlijk om de netten uit te zetten en kon je op de rotsen geslagen worden, dit overkwam in

    1955 de VL 200 Nelly welke op het strand geslagen was.

 

    Het eten aan boord we hadden toen een goede kok was sober er was immers geen koelkast of vriezer wel

    zijde rookspek en blikgehakt na drie weken veel bruine bonen kapucijners(roldonders) en vanaf de vierde

    week de zeekaak welke de stoelgang niet bevorderde.

    Uiteraard was er vis genoeg.

 

    Op het achterschip stond een toilet nou ja, zie hieronder wat ik met een blauwlijntje afgezet heb is het

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


      

 

 

  

 

 

 

   toilet er zat als het ware een trechter in waar je doormiddel van een houten plank om op te zitten het de behoefte kon

   doen het probleem echter was dat als het slecht weer was en je zat daar op, het zeewater tegen je achterste gelanceerd werd.

   Als het enige tijd onhoudbaar was i.v.m het slechte weer om er op te zitten deden ze er een dot werk in en werd dit eigenlijk

   een soort poeptonnetje van vroeger en ging het niet meer in dat toilet dan gingen we op het achterschip met de billen over de

   railing en vasthoudend aan de touwen van het gatzeil onze grote boodschap doen maar dan wel met veel bekijks van de

   meeuwen ofwel de mallemokken.

   Snap u nu die uitdrukking waarom niet zei het achterschip, maar de poep.

   Ging ook dat niet meer dan ging men  het in het gangboord op de schop doen of in de asla bij de kok vandaan dit was in die

   tijd heel normaal en niemand keek je vreemd aan.

   Het verhaal komt misschien een beetje raar over maar ook dit was een deel van het leven.

 

   Op deze vleet visserij werd op zondag niet gevist wel werd op zondag middag de vleet uitgezet.

   Dus op de zondag kon je een beetje bij komen en bij rustig weer lag het schip te drijven was er veel wind dan lag je rustig

   te steken.

   Als jongen speelde je met de andere jongens aan boord verstoppertje daaraan deden de ouderen soms ook wel mee en

   het is heel raar op een scheepje van 35,75 meter soms kon je de gene die zich verstopt had niet vinden.

   Er werd gekaart of er werden verhalen en gedachten over mooie dames geventileerd in die tijd had je bladen als

   De Lach en Picolo en daar werd heel wat bij gefantaseerd,  door de mannen .

   Verders werd er veel op het dek heen en weer gelopen, als het koud was zaten de mannen op de koelkast die was warm

   want daaronder zat de stoomketel en dan had je het ketelgat daar konden drie man naast elkaar zitten en kon men uren

   praten.

 

                                                   Machine kamer  

 

  Wij als jongetje mochten altijd in de machine kamer komen hen klinkt gek maar dat was dit was de enige plek die er

  mooi uitzag, de roodkoperen leidingen glommen en de vloerplaten blonken.

  Een matroos mocht niet zo maar de machine kamer in deed hij dit wel dan ging de machinist behoorlijk te keer.

  In deze machine kamer stond een triple expansie machine Van Lohnes & Co uit Rotterdam het was een 3 cilinder

  met een kracht van 190 PK.

  De stoomketel had 2 vuren het was een schotse ketel welke stoom leverde aan de hoofdmachine en de stoomspil

  maar ook aan de pompen, als het dek gewassen moest worden na het verwerken van de haring dan moest aan de

  machinist of de stoker in de machine kamer om druk gevraagd worden.

  Het schip had een snelheid van zo’n 7 mijl met mooi weer met windkracht 8 a 9 zijn wij nog wel uitgevaren.

  Maar als kind kon je uren naar de machine kijken wand bij zo’n triple expansie machine zag je alles gebeuren.

  In veel boeken zie je als het over de stoomfiets gaat hoe komen ze nu aan de naam fiets met daaraan gekoppeld

  diverse veronderstellingen.

  Maar als je als kind daar zat leken de bewegingen die je zag van de zuigerstangen alsof er gefietst werd en elke

  keer als een slag rond was hoorde je zachte klik wat je vroeger bij de oude fietsen ook hoorde.  

  Moet u als u ergens bent waar rondvaarten met stoomschepen zijn daar maar een opletten maar dan wel bij

  een triple expansie machine.

 

  In de december maand visten we in het kanaal met de zinkvleet maar door het slechte weer kon niet altijd

  gevist worden.

  Als we dan in Dieppe lagen  werd er overdag de netten uit de ruimen gehaald en aan dek gelegen, dit moest

  omdat deze netten gingen broeien vanwege het vocht enz.

  Maar wij vonden het als jongen niet erg als het schip in een van de dokken lag kon je lekker de wal op.

  Als het schip in de buiten haven lag was er wel werk aan de winkel i.v.m met het tij, als het laag water was in

  Dieppe was het topje van de mast haast gelijk met de straat.

  Vaak was er ook ruzie met schippers, er werd veelal afgesproken dat als weersberichten slecht waren men

  binnen zou blijven liggen en dan was er wel eens een schipper die toch uitvoer.

  En als hij onverrichte zaken terug moest want bij slecht weer was deze kust gevaarlijk dan werd hij bij de

  sluizen opgewacht en uitgejouwd en had hij geen leven als hij de wal op ging.

  Veel vissers gingen naar het zaaltje deze ruimte was gehuurd voor de vissers er was een dominee en

  vrijwilligers aanwezig ook van het Hospitaal Kerkschip De Hoop, je kon er spelletjes doen enz.

  De mannen gingen dan zondag’s naar de kerk in het zaaltje en na de kerk toch eigenlijk ook naar de kroeg

  want die waren daar genoeg en thuis wisten ze het niet.

  Er was ook in die periode kermis het was ook de opkomende Rock & Roll tijd en op die kermis stond een

  Jukebox volgens mij heeft die Fransman toen goud verdiend er werd daar wat afgedraaid.

 

  Nog even twee kleine anekdotes waar gebeurd:

 

  Op een avond zaten we met z’n allen rustig in het voorin toen de stuurman met een hoop kabaal naar het

  voorin kwam, op zijn hoofd een pannetje en een steel van een schop als een geweer onder de arm.

  Het was geen gezicht hij kwam toen vertellen dat de inval in Hongarijen gebeurd was.

  Maar zoals hij er uit zag bracht heel wat hilariteit,

 

  De tweede De matroos als eerder omschreven was altijd bij vertrek dicht bij z’n verliefde nu had de

  bemanning hem zover gekregen dat hij alleen aandacht voor de boetsters zou hebben.

  En dat deed hij ook maar toen hij naar boord moest liep hij achteruit zwaaiend naar de boetsters zo

  de haven in en in die tijd lag er zo’n olie koek op het water dat toen het hoofd boven water uitkwam

  met de drab het geen gezicht was.

 

  Aan boord voeren toen Schiedammers, Vlaardingers, 1 uit Wassenaar  en uit ter Heijden aan zee.

 

  En nog enkele andere een timmerman van de schuur heeft een reis meegemaakt meer zeeziek dan

  bij kennis en nog meerdere invallers.

 

  In december tegen Kerst tijd is het schip afgesneden en is het jaar daarop verbouwd als motor logger

 

   Einde